Apeldoorn_FilmpjeJe moet schieten, anders kun je niet scoren“, aldus the one and only Johan Cruijff. In de loopsport moet je natuurlijk éérst een (zinvol) doel verzinnen. Op 15 dagen van de marathon krijg ik te pas (en te onpas) de glazen bol-vraag voorgeschoteld: “En, welke tijd ga je lopen, in Tokyo?“.

Plichtsbewust & waarheidsgetrouw antwoord ik dan: “Dat weet ik nog niet“.

Immers, veel hangt bv. af van de strategische vraag of het ontbijt van de wedstrijdochtend vlot zal verteerd geraken. Of net niet. De volhouders vervolgen dan: “Ja maar, welke tijd wil je graag lopen in Tokyo?“.

Eveneens geheel naar waarheid antwoord ik dan: “Graag wil ik eindigen in 2:02:56, net dat tikkeltje sneller dan Dennis Kimetto”. (In 2014 won Dennis Kimetto de marathon van Berlijn in de wereldrecordtijd van 2:02.57.)

Een fair antwoord, en het antwoord dat de meeste (al dan niet oprecht) geïnteresseerde vraagstellers graag willen horen, luidtMichelangelo: “Ik wil graag sneller lopen dan de vorige marathon / het vorige PB“.  Dat was in casu 3u19 in Valencia.

Je wil natuurlijk steeds beter doen. En je kan beter een snedige, uitdagende doelstelling formuleren die je misschien haalt, maar misschien ook niet, dan een gemakkelijke die je dan met de vingers in de neus behaalt. Aldus vriend Michelangelo.

Maar het blijft een moeilijke vraag. 3u19 in Valencia, en dus met 3u20 moet ik dan ontgoocheld zijn binnenkort ?  Welnee. Gewoon de ervaring op zich is al fantastisch.  De aankomst, al die adrenaline bij de finish, daar doe je het voor.

Maar je denkt er op voorhand wel over na: wat is een inspirerend, én haalbaar doel?  Eén manier is domweg je buikgevoel volgen. Het betere nattevingerwerk, zeg maar. Als het vorige keer 3u19 was, waarom dan deze keer niet voor 3u15 gaan ? Dat is een beetje lukraak, maar goed.

Om een iets scherper idee te krijgen is er de formule van RiegelApeldoorn_Certificaat, die werd reeds in 1977 bedacht. Door ene Riegel trouwens, vandaar de naam van de formule. Enfin, 1977, in die dagen was Karel Lismont nog absolute wereldtop, met bv. een bronzen medaille in Montreal (in 2u11) !

En nu, voor de nerds onder ons: de Riegel-formule werkt als volgt, en zet je nu schrap : T2 = T1 x (D2/D1)^1.06, waarbij T1 de tijd is die gekend is op de afstand D1, en waarbij D2 de afstand is waarvoor je de tijd graag wil inschatten. Voor wie nog mee is: T2 is dan het resultaat dat je wil inschatten (op afstand D2).

Aldus Johan Cruijff: “Als ik zou willen dat je het begreep, dan had ik het wel beter uitgelegd“.

Nu goed, in Apeldoorn nam 25 km een kleine 1u51 in beslag, dan kom je met de Riegel-formule uit op de inschatting 3u13 à 3u14.  Verrassend dicht bij de buikgevoel-methode, eigenlijk 🙂

En er is ook de Yasso800-methode, die is bijzonder eenvoudig: je loopt een aantal keer de 800 meter in gestrekte draf, alsof de duivel je op de hielen zit, question answeren als je de 800m-klus bij voorbeeld in 3 min 15 sec klaart, dan wijst dat in de richting van een marathontijd rond de 3u15.

Een bizarre formule, mij dunkt. Geen enkele wiskundige die dit kan verklaren.

Het voorbeeld met 3 min 15 sec op 800 meter was ten andere niet lukraak gekozen, want de Yasso800 training zat in mijn schema, en 3 min 15 seconden leek te lukken, dus alweer, erg dicht bij de buikgevoel & nattevinger methode.

Alle wegen leiden dus naar hetzelfde Rome, doelstelling 3u15.

Als het ontbijt van de wedstrijdochtend vlot verteerd geraakt, natuurlijk.

Zoveel hangt af van de vorm van de dag. Zoveel factoren heb je zelf niet in de hand.  En gelukkig maar. Zo blijft het spannend, tot aan de meet.

Ik ben natuurlijk érg benieuwd : welke methodes zijn er zo nog, om (zinvol) je doel te bepalen ?

=====

Advertenties