Klaar voor een weekje vakantie. Even tijd maken, en aFoto Bouillonls het even kan, een boek lezen, of her-lezen. In dit geval: “Wat de levenden kunnen leren van de stervenden“, van Christine De Coninck en Ann Brusseel, beiden werken in de palliatieve zorg voor het UZ in Gent. Doorheen de jaren hebben zij honderden mensen begeleid in hun laatste dagen en uren.

Daar hebben ze een – prachtig! –  boek over geschreven. Met als ondertitel: “Verhalen van wijsheid, geluk, verdriet, en spijt“. De eerste keer dat ik dit boek las, raakten de verhalen me, en het her-lezen deed dat zo mogelijk nog méér. Het onderwerp is er een dat we (enfin, ik toch) liever vermijden: dood gaan. Iedereen (ook ik) heeft nog zo veel plannen dat je er liever niet bij stil staat, dat die plannen doorkruist zouden kunnen worden, vandaag, morgen, en altijd op een moment dat het eigenlijk niet goed uitkomt.

Mors certa, hora incerta. (“De dood staat vast, het uur niet”).

Dit staat centraal in het boek:

“Mensen maken alsmaar plannen voor de toekomst en denken dat ze het eeuwige leven hebben. Tot ze plots ziek worden, en beseffen dat het leven wel degelijk eindig is. (…) Hoe graag mensen ook – gelukkig maar ! – hun werk doen, ze leven vaak van vakantie naar vakantie, ze kijken voortdurend uit naar het volgende project, of naar het volgende moment waarop ze nog eens zullen kunnen rusten of plezier maken, terwijl het de grootste gave is om gelukkig te zijn op een gewone dag”. 

Veel van de verhalen in dit boek zijn triest, wraakroepend, schrijnend, over geldkwesties, ruzies en vetes, etc.

Bv. een moeder die tot aan haar levenseinde volhoudt, “mijn dochter bestaat niet meer”.

Bv. een 18-jarige jongen die weldra aan botkanker zal overlijden, en eigenlijk nog één wens heeft: dat zijn vechtscheidende ouders hun bitterheid heel even parkeren, en er samen zijn voor hem. Helaas tevergeefs, het blijft tot aan zijn overlijden een wens die niet wordt vervuld.

Daarnaast evenveel hoopgevende, inspirerende, ontroerende verhalen. Bv. “De vrouw die na 32 jaar haar vader terugzag”, een prachtig verhaal. Mensen die nog een belangrijk levenswerk afmaken, die zich nog verzoenen na jarenlange ruzie, die zich goed omringd weten door familie en vrienden,etc.

Dit boek gaat bovenal over humor en lachen, over fijne laatste momenten, en over joie-de-vivre, het leven vieren, nog lekker koken, voluit genieten van het laatste deel van de rit.  Een van de laatste hoofdstukken gaat over gevoelens uiten. Hoe moeilijk dat is.

“Mensen hebben het vaak zo lastig om hun gevoelens te uiten, waardoor er zo vaak ruzies en zinloze conflicten ontstaan. Ze prenten zich zoveel in dat ze het op den duur zelf gaan geloven. (…) Bv. mannen die hun leven lang bars en nors waren en op het einde hun zieke vrouw teder een bloemetje brengen. Waarom heb je dat niet wat vaker tijdens jullie leven samen gedaan, willen we dan uitroepen.”  

Wat ons tot de laatste bladzijde en de kern van de zaak brengt:

“Het allerbelangrijkste wat we met dit boek willen zeggen is, spreek het uit. Verzoen je. Spreek je wensen uit, je dromen, spreek je liefde uit voor de mensen van wie je houdt.”

Oh, en zo stelde Oscar Wilde het zich voor:

Death must be so beautiful. To lie in the soft brown earth, with the grasses waving above one’s head, and listen to silence. To have no yesterday, and no tomorrow. To forget time, to forgive life, to be at peace” (uit The Canterville Ghost).

=======

Advertenties