Eerste keerJe eerste keer, dat is toch iets bijzonder, hé?

Koestert u daar geen – intense – herinneringen aan?

M’n eerste keer, ik denk er nog vaak aan terug.

Memorabel.

Toen ik deelnam aan m’n eerste loopwedstrijd, waren er slechts 96 deelnemers, ginds in het idyllische en pittoreske gehucht, Plancenoit.

Plancenoit, die keuze valt te verklaren: ik dacht, als de mensen mij dan vragen hoe het ging, met m’n eerste keer, dan kan ik zonder blikken of blozen antwoorden dat ik bij de eerste 100 was.

Het werd een fijne ervaring, maar met één lelijke uitschuiver. Het startschot! Wat voor een flut-startschot was dat? Een regelrechte aanfluiting. Werkelijk een kaakslag voor de loopsport.

Het was dat ik iedereen plots zag vertrekken, dat ik maar node mee in gang schoot. Wat een karikatuur van een startschot.

Dat liet ik de organisatie dan ook weten. Dat ze hun startschot wat meer ampleur moesten geven. Die boodschap kwam aan, binnen de 24 uur antwoordde Aimée, de 86-jarige voorzitter van de organisatie, dat men mijn boodschap duidelijk gehoord had. Alleszins duidelijker dan het startschot.

Men ging er werk ging van maken. Dat kon ik alleen maar toejuichen, en met hooggespannen verwachtingen keek ik uit naar mijn tweede keer. De voorzitter in kwestie, Aimée dus, bleek waarempel een echte cumuller te zijn! Naast voorzitter van de loopwedstrijd, was hij ook nog eens burgemeester van Plancenoit, én was hij voorzitter van de Heemkundige Kring van Plancenoit.

Qua governance rammelde een en ander, want in die Heemkundige Kring was hij niet alleen voorzitter, maar tevens ook ondervoorzitter, secretaris, én penningmeester. Eigenlijk vormde hij in z’n eentje de Raad Van Bestuur, en in die optiek besloot de Raad Van Bestuur snel en daadkrachtig om de loopwedstrijd hulp aan te bieden, en zo besloot zij om – letterlijk – het grove geschut boven te halen.

Men haalde het pronkstuk van de Heemkundige Kring van stal. Een twaalfponder waarmee de Fransen onder het leiderschap van Napoleon ten strijde trokken tegen de Engelsen, de Hollanders, en de Pruisen, in het gezegende jaar 1815. De Fransen hadden toen een Grande Batterie van méér dan 250 kanonnen.

Napoleon had beduidend méér geschut ter beschikking dan de Hertog van Wellington. Over de Engelsen zei Napoleon destijds tegen zijn generaals:

“Omdat jullie vroeger van Wellington verloren hebben, denken jullie nu dat hij een goed generaal is. Ik zeg jullie dat Wellington een slecht generaal is, dat de Engelsen slechte troepen zijn, en dat we ze gaan inblikken”

Oorspronkelijk, in de taal van Voltaire:

“Et moi, je vous dis que Wellington est un mauvais général, que les Anglais sont de mauvaises troupes, et que ce sera l’affaire d’un déjeuner”

Ik geef het maar even mee, als historisch kader.  De bewaard gebleven twaalfponder in Plancenoit, die kende men daar als Dikke Gust. Groot was eenieders verbazing toen bij de volgende editie van de loopwedstrijd, Dikke Gust op het toneel verscheen!

Het aantal deelnemers was gestegen tot 102, dus 6 lopers meer dan het vorige jaar.

Dus of ik nog in de top 100 zou eindigen, dat werd plots onzeker.

Ook onder de deelnemers was er trouwens een Dikke Gust, maar dat was een magere panlat, waarvan men zei dat hij thuis geen eten kreeg. Met een vleugje ironie werd hij Dikke Gust genoemd.

Toen Dikke Gust bulderde (het kanon, welteverstaan), schrokken de deelnemers zich een hoedje. Dat had een regelrecht slagveld kunnen worden, want Aimée was op z’n 86ste niet al te helder bij de zaak, en hij had het kanon verkeerd opgesteld! Aldus kwam een deel van het deelnemersveld onder schot te liggen. Weliswaar een klein deel van het deelnemersveld, maar toch. Net op het nippertje werd vermeden dat een 10-tal deelnemers werd geëlimineerd in de meest daadkrachtige betekenis van het woord, nog voor de wedstrijd goed en wel begonnen was. Dan had de wedstijd in plaats van 102, slechts 92 deelnemers geteld, en dan was ik toch weer op voorhand zeker van m’n top 100-plaatsje. Maar goed, op zo’n drastische manier hoefde het nu ook weer niet.

Aldus weerklonk een oorverdovend startschot. Dermate oorverdovend dat Dunne Berta – die nét iets te dicht bij Dikke Gust (het kanon) stond – er een gescheurd trommelvlies aan over hield.

Dunne Berta was de echtgenote van Dikke Gust. “Dunne Berta”, ook hier was qua naamgeving een vleugje ironie in het spel. Zij vloog op Aimée af, in volle coleire, want zo’n gescheurd trommelvlies, dat is geen pretje.

Ze zou Aimée de ogen hebben uitgekrabt, had men haar niet tegen gehouden met een vijftal kloeke en dappere lopers.

Eerste keerDunne Berta was van zichzelf al een gemeen kreng, laat het ons maar zeggen zoals het is, en in deze omstandigheden overtrof zij zichzelf.

Dat heb ik aldus zelf kunnen vaststellen: een gescheurd trommelvlies, dat brengt niet bepaald het mooiste in de mens naar boven.

Maar goed, wij hebben daar toch maar mooi een prima race gelopen, netjes in de top 100, want een vijftal lopers kon pas met een kwartiertje retard vertrekken.

Nervous, maar toch: missie volbracht, voor de tweede race.

Nadien heb ik de organisatie uitgebreid gefeliciteerd met de geoliede organisatie, en met het werkelijk unieke startschot. Aimée liet mij toen weten:

“Dankuwel, beste Peter. Proficiat met uw top 100 plaatsje, fijn om horen dat je zo onder de indruk was van Dikke Gust. Het kanon, bedoel ik. Tevreden deelnemers, daar doen wij het voor, elk jaar opnieuw. Tot volgend jaar!”

Voilà.

En nu hoor ik graag eens iets over jullie eerste keer?

Met sportieve groeten,

Peter

Advertenties