De Great OldMisschien hebt u het gehoord, gelezen, gezien, vernomen, of gewoon gevierd: de Great Old keert terug naar waar de Great Old thuis hoort.

Nostalgie.

Als kleine bengel ging ik maar wàt graag mee naar de Bosuil om de rood-witten aan te moedigen. Wat een opwinding, steeds. Adrenaline. Intense momenten van vreugde en euforie. En ontgoocheling en kwaadheid, dat hoorde er ook bij.

En de taal. De uitdrukkingen. Wanneer de stadionomroeper bijvoorbeeld meldde:  “Emiel Bosmans, gelieve u dringend naar het secretariaat te begeven, wij hebben uw vrouw aan de lijn, voor u”, wow, de opmerkingen die je dan als kleine rakker te horen kreeg over Emiel, over Emiel z’n vrouw, en over alle denkbare en ondenkbare scenario’s waarom Emiel plots zo dringend aan de telefoon moest komen: daar kon je als kleine aap gerust een paar weken mee verder.

De Bosuil. Met z’n vierkante, kromme, geheel versleten houten doelpalen, terwijl de rest van de wereld al van die ronde, metalen doelpalen had.

Is het geen vorm van immanente rechtvaardigheid, Royal Antwerp FC in de hoogste voetbalklasse?

Weet u wat immanent is? Neen? Dat geeft niet. Ik ook niet. Naar verluidt stond het concept “immanent” centraal bij Spinoza in de 17de eeuw. Dat heb ik ook maar van horen zeggen. Spinoza was filosoof, wiskundige, politieke denker, en lenzenslijper. Mochten heden ten dage de filosofen, de wiskundigen, en de politieke denkers lenzen kunnen slijpen, ik zou ze op slag sympathieker, en vooral, nuttiger vinden.

Den Antwerp. Toen ik een kleine rakker was, hadden die spelers een status van half-god voor mij. Of eerder, hele Goden.

Gaston Boeckstaens, rechtsback en een echte clubspeler. Als die ingooide, minstens 60 meter ver, dan was dat gewoonlijk een prima voorzet voor de diepe spits.

Rudi Smidts, linksback, en ook een clubspeler van formaat. Rode Duivel, maar zonder de capsones. Zo vind je ze vandaag bijna niet meer. Met zijn lange, wapperende manen.

Ratko Svilar, clubspeler van formaat, in het kwadraat. Joegoslaaf. Beer van een vent. Van 1980 tot 1996 trouw op post, rots in de branding.

Als Ratko Svilar uitkwam, besliste menig spits wijselijk om de aanvalsactie maar voortijdig af te blazen. Dit onder het motto, “Ik ben niet gek. Als die Joegoslaaf komt aangestormd, dan speel ik ‘m liever spontaan de bal toe. Hij blij, en ik blij”. 

Vandaag sluiten voetbalsterren extravagante sponsorcontracten af. Ratko Svilar deed dat niet, hij verkocht voor en na de training bontjassen van prima kwaliteit, helaas niet steeds van loepzuivere origine, maar zo kwam ook hij financieel rond. En af en toe in aanraking met de arm der wet. Als jonge knaap bedekte ik dat zedig met de mantel der liefde.

De eregalerij van jeugdhelden is eindeloos. Lazlo Fazekas, Petur Petursson, zo kunnen we nog even doorgaan, Marc Van der linden, Cisse Severeyns, Hans-Peter Lehnhoff, Frans Van Rooij, en wat een affront voor wie ik nu allemaal vergeet.

Ha, en Czernia.

De Bosuil. Hebt u dat ook gelezen? In ruil voor een bord linzensoep wil het stadsbestuur van Antwerpen de Great Old een schraal lapje grond en een bijhorend, nog te bouwen, stadion aanbieden.

Het werd nog niet besproken met de clubs, maar ze hadden toch al Petroleum Zuid in gedachte.

Als de bouw van dat stadion even vlot verloopt als de bouw van die brug, of van die tunnel, of van die brug-tenzij-een-tunnel-goedkoper-is, dan zullen daar de komende 25 jaar nog niet al te veel matchen gespeeld worden.

Allez. Hopelijk smoort het bestuur van Antwerp dit onzalige idee snel en adequaat in de kiem.

Eén voetbaltempel, tesamen met Beerschot? Komaan. Als kleine bengel, wat ik zoal dacht over de Kielse ratten van Beerschot, daar zou ik als volwassene vlot het Internationaal Strafhof in Den Haag mee halen.

Wegens denkbeeldige misdaden tegen de menselijkheid.

En niet zonder reden,in mei 1900 vertrok een groot deel van de spelers van Antwerp naar Beerschot. Weggelokt. Zo moest Antwerp in het seizoen 1900 – 1901 noodgedwongen in de tweede klasse spelen, om te herstellen van het verdwijnen van zoveel spelers, tegelijkertijd.

Wat doet het huidige stadsbestuur van Antwerpen vermoeden dat dat al vergeten & vergeven is? 

Het Bosuilstadion werd ingewijd in 1923 met een wedstrijd tussen België en Engeland, en dit in het bijzijn van maar liefst 40.000 toeschouwers.

Antwerp 1987Mijn allermooiste herinnering aan Antwerp? 

Dat is niet de Beker Van België, in 1992.

Ook niet het Mirakel tegen Vitosha Sofia.

Zelfs niet Wembley.

Maar wel: een thuismatch tegen Anderlecht. Of beter gezegd: dé thuismatch tegen Anderlecht. In 1987. Ook voor 40.000 toeschouwers, zo werd beweerd.

Volgens de politie waren het er 7.500, maar goed, de politie en correct tellen, wij hoeden ons voor scheve opmerkingen.

Wat een match. Tegen het roemrijke RSC Anderlecht.

2-0 aan hun Brusselse broek, en stamnummer 1 op nummer één in de rangschikking.

Wat een wonderbaarlijke avond was dat, in november 1987. Een avond om nooit te vergeten. Flarden van die wedstrijd zie ik nog steeds voor me.

Great Old“Cisse” was toen ocharme 19 jaar jong. Amper meerderjarig. Een sublieme invalbeurt, en twee keer raak tegen het Anderlecht van weleer.

De Bosuil ontplofte.

Wat een ontlading, bij dat eerste doelpunt. Zo’n dolle euforie, dat heb ik nadien niet vaak meer mogen meemaken.

Toch niet in een voetbalstadion.

Het was strategie op het hoogste niveau. 

Dixit Severeyns:

“Mijnheer Kessler had Harry Cnops en mij bij zich geroepen. Tijdens dat onderhoud vertelde hij aan Harry dat die zich een uur lang het vuur uit de sloffen moest lopen. Eenmaal hij zijn beste pijlen verschoten zou hebben, moest ik het werk dan afmaken”. 

En aldus geschiedde. Geheel volgens het plan van Mijnheer Kessler.

Die had in 1987 al een gloednieuw stadion op het oog. Niet op Petroleum Zuid. En al zeker niet tesamen met Beerschot.

Met sportieve groeten,

Peter

Advertenties