Stress op schoolRecent zal u het misschien gehoord, gezien of gelezen hebben: kinderen mogen niet te veel stress hebben, op school.

De kinder- en jeugdpsychiaters waren het voor één keer eens met elkaar: tijdens de schoolvakantie zijn huiswerk en andere opdrachten dan ook uit den boze.

Nu, dat kan allemaal best zijn, beste lezers, maar ondergetekende heeft toch andere tijden meegemaakt.

In de lagere school leerden wij vraagstukken oplossen, of dat was althans toch de bedoeling. Wij moeten het deemoedig toegeven, dat was een proces van vallen en opstaan. Als ik vijf vraagstukken moest oplossen, waren er gemiddeld zes verkeerd. Zo’n Scandinavisch systeem met rapporten zonder punten, dat zou me destijds goed van pas zijn gekomen.

Vraagstukken, wat een nachtmerrie was me dat. Vaak probeerde ik m’n hachje te redden met een vrolijke kwinkslag.

“Als de ene trein vertrekt op punt A en 75 km/u rijdt, en de andere trein vertrekt op punt B en die rijdt 125 km/u, na hoeveel tijd kruisen deze treinen elkaar dan?”

Dan probeerde ik steevast eerst een antwoord genre “Dat hangt er van af”. Met als beknopte toelichting: “Hoe groter de afstand tussen punt A en punt B, hoe langer het zal duren eer de treinen elkaar kruisen”.

Had ik pech, en werd de afstand reeds specifiek vermeld in het vraagstuk, dan probeerde ik me als volgt uit de nesten te werken:

“Als de ene trein met 42 minuten vertraging vertrekt, en de andere wordt afgeschaft omdat de machinistenbond ASTB  weer ‘ns staakt, dan kruisen de treinen elkaar omstreeks Sint Juttemis.”

Nu, wie denkt dat leerkrachten in de jaren ’80 veel gevoel voor humor hadden, die is ofwel veel vroeger opgegroeid dan ik, ofwel veel later.

Meestal kreeg ik na zulk antwoord als teken van appreciatie een setje extra oefeningen mee naar huis. Voor woensdagnamiddag, of voor in het weekend. Of voor in de paasvakantie.

Zaten we aan zee, kon ik vraagstukken zitten oplossen. Ach. En dan zegt zo’n kinderpsycholoog, Koen Lowet: “Soms kunnen kinderen er deugd van hebben hun vaardigheden aan te scherpen. Geen uur per dag, maar veeleer een kwartiertje”.

Deugd van hebben? Heeft die Koen Lowet ooit al eens vraagstukken opgelost aan zee, als iederéén al in het lang en in het breed aan het strand zit te spelen?

Een kwartiertje? Nou. Getalsmatig waren het misschien niet zo véél vraagstukken die ik extra kreeg voorgeschoteld, maar aan het tempo dat ik ze oploste, was de voormiddag gewoonlijk verstreken tegen dat ik me met m’n emmer en m’n schopje naar het strand kon begeven.

Maar wij geven het grif toe, het is tijdens die ene paasvakantie dat ik de kunst der vraagstukken onder de knie kreeg. Plots was de klik er. Zo moeilijk was het eigenlijk niet. Meestal gewoon een kwestie van de regel van drie toepassen.

In de hele heisa wordt er voortdurend verwezen naar het kinderrechtenverdrag.

“Daarin is uitdrukkelijk opgenomen dat kinderen recht hebben op een periode waarin ze niets moeten doen. Eens helemaal niet met schoolse zaken bezig zijn”, aldus onderwijsexpert Carl Van Keirsbilck.

Allemaal goed en wel, maar wat stond er dan in het kinderrechtenverdrag over het bewust beschadigen, ja, zelfs vernielen van het schoolmateriaal van kinderen ?

Zo verscheen ik eens op school met een fonkelnieuwe WWF-pen. Een pracht van een pen, een juweeltje. Ik was lid van het WWF, en het lot van de panda’s lag mij toen reeds nauw aan het hart. Ook al vond ik het toch ook wel luie beesten. Een godganse dag in een boom hangen, dat leek me toch geen stichtend voorbeeld. Als je naar een documentaire keek over panda’s, eerlijk gezegd, veel meer dan slapen en bamboe smikkelen zag je die toch niet doen?

Zei onze Lieve Heer niet dat wij met onze talenten moeten woekeren? Waarom zou dat dan voor de panda’s niet gelden?

Maar goed, als lid van het WWF kon je dus een prachtige WWF-pen kopen. Trots als een pauw was ik. Aan iedereen die het maar horen wilde, vertelde ik tot in de puntjes het volledige verhaal van de aankoop van m’n WWF-pen. Dat werkte de leraar lelijk op z’n zenuwen. Hij had al twee keer gezegd dat ik stilaan mocht gaan zwijgen, over m’n WWF-pen. En hij merkte sarcastisch op dat die prachtige WWF-pen alleszins niet tot méér correct opgeloste vraagstukken leidde. Dat was dus voor de paasvakantie waarin ik extra oefende.

Toen ik m’n buurman toch nog een kleine demonstratie gaf, hoe mooi m’n WWF-pen wel niet schreef, kookte het potje over bij de leraar.

Hij smeet driftig m’n prachtige WWF-pen op de grond, en hij stampte er wild met z’n maat 46 op, geheel buiten zinnen.  Niet één keer, geen twee keer, en ook geen drie keer. Werkelijk waar, tot er enkel een hoopje splinters overbleef, van wat eens mijn WWF-pen was geweest.

Wat die leraar toen allemaal riep, zeg maar, brulde, over het WWF, over m’n pen, over mijn attitude in het algemeen, over mijn kwaliteiten inzake vraagstukken oplossen in het bijzonder, en over de miserabele toekomst die mij te wachten stond als ik zo voort deed, beste lezer, ik bespaar u de details.

Hadden onderwijsexpert Carl Van Keirsbilck en kinderpsycholoog Koen Lowet mij toen gevraagd of ik als opgroeiend kind veel stress ervoer op school, ik zou het zonder meer bevestigd hebben. En ik zou het nog aangevuld hebben:  “én veel woede, én veel verdriet”.

Stress op schoolWat gaf iemand het recht om mijn prachtige WWF-pen naar te vaantjes te vertrappelen?

Wat zei het het kinderrechtenverdrag dààr over?

Dat zou vandaag eens moeten gebeuren. Zulks eindigde geheid voor de correctionele rechtbank.

Het is goed, dat dat anno 2017 niet meer gebeurt.

Maar toch. Om te eindigen, misschien een klein vraagstukje. Ondanks de harde hand en de soms geheel onverantwoorde pedagogische aanpak van weleer, hebben wij toch geen wondermooie jeugd mogen beleven?

Outlier

Ik dacht het wel.

Groeten,

Peter

Advertenties