Habiba (1)Beste Boef,

Alles goed met u?

Ik dacht, ik schrijf eens een briefje naar Boef. Wat zit u de laatste tijd veel en vaak in mijn hoofd. Habiba. Een dartel, lichtvoetig nummertje.

Als m’n kinderen in de wagen zelf een liedje mogen kiezen, dan is het geheid Habiba. Maar u hebt ook mijn hart gestolen, hoor. Alleen al de openingsscene in de videoclip, met die hardloper.

Het blijft vreemd natuurlijk, om je kinderen te horen zingen:

“Ik denk niet eens aan liefde, ben gefocust op verdienen
Dus word niet te verliefd, nee, habiba, habiba”

Soms denk ik dan spontaan aan Yvan Mayeur.

Kent u die? Ook al bent u in het verleden meermaals in aanraking gekomen met de arm der wet, in vergelijking met deze meneer bent u nog het type ideale schoonzoon.

“In mijn buurt is er cash maar wie trekt het meeste?”

Wat die Yvan heeft uitgevreten, het valt buiten het bestek van deze brief. Maar hoeveel maanden denkt u dat hij effectief achter de tralies zal zitten?

Nou, als de kleine crimineel ‘ns een winkeltje overvalt, of als de bakker om de hoek overdrijft in zijn enthousiasme om z’n zaakjes fiscaal te optimaliseren, of als ik eens vijf minuutjes verkeerd parkeer, ho maar, dan staat de arm der wet paraat hoor, daar kan je op rekenen.

Ach. Het is niet eerlijk.

En ook, ik vind dat de zeden verruwen. Vindt u dat niet?

Ik vind dat een kwalijke evolutie. Onlangs was ik in Gent. Ik zat een mooi boek te lezen in de Pain Quotidien, en Kathelijne, mijn Habiba (“Wondermooie Prinses”?), was aan het shoppen. Nu had zij een prachtige sierladder gescoord. Toegegeven, een uniek stuk. Une pièce unique zeggen wij dan, in het schoon Vlaams.

Die sierladder kwam ze naar de Pain Quotidien brengen, zodat ze bij het verdere shoppen geen hinder zou ondervinden, van dat zware ding.

Dat begreep ik. Shoppen met zo’n zware sierladder onder de arm, dat kan niet comfortabel zijn.

Ik vind shoppen zonder zware sierladder onder de arm al niet comfortabel. Tenzij het een winkel betreft waar ze loopschoenen, looptruitjes, of loopbroekjes verkopen. Of andere loopspulletjes. Dan ben ik desgevallend nog te overtuigen.

Enfin, dit was het plan: als ik gedaan had met lezen, dan moest ik die zware sierladder naar de wagen brengen. Dat deed ik grààg, voor mijn Habiba.

Toegegeven, misschien was ik iets enthousiast. Want onmiddellijk bij het verlaten van de Pain Quotidien, zwenkte ik fors naar links, en zo merkte ik niet dat er een Chinees in m’n dode hoek zat.

Een Chinese toerist.

Heb dat in je blinde hoek zitten.

Bàm!! 

Wat een harde klap. Dat klonk niet pluis. De Chinees krabbelde recht, wat ik als een gunstig teken beschouwde, gegeven de omstandigheden.

Geschrokken, verontschuldigde ik mij, en ik benadrukte dat ik ‘m niet opzettelijk had neergemaaid.

Nou, Boef, een vriendelijke meneer was het niet. Misschien had het ermee te maken dat hij nog maar net een ladder tegen z’n hoofd had gekregen, maar dan nog. Wat een vulgair taaltje. Wat ik allemaal naar m’n hoofd kreeg geslingerd, dat is zelfs in jouw kringen op het randje, vermoed ik.

Godveldommelse moddelfukkel, riep die Chinees naar mij.

Wat voor taalgebruik is me dat?

Uiteraard had ik veel begrip voor het leed van deze meneer, maar toch, ik werd er een beetje kregelig van. Wij hebben hem toch niet verplicht om naar Gent te komen? Hij had toch even goed een tripje Brugge kunnen boeken? Of een weekendje Peulis. Maar had ik hem gevraagd om, of all places, in mijn dode hoek rond te hangen?

Ik hou van beleefd & correct taalgebruik, in alle omstandigheden.

U houdt ook van onze taal, merk ik. Uw woordspelingen.

“Ik moest zo vaak racen van de police, man
Maar nu ben ik verzekerd, ik heb een polis, man”

De afgelopen dagen heb ik diep nagedacht over de prangende vraag in uw liedje.

“In mijn buurt is er cash, maar wie trekt het meeste?”

Nou, ik denk: advocaten. Immers, recentelijk heb ik een zakelijk en kort briefje laten schrijven door een advocaat, gericht aan een Chinees die mij diep had beledigd. Nou boef, als ik op voorhand had geweten hoeveel dat briefje me zou gaan kosten, dan had ik het wel zelf geschreven.

Ik schrijf ook graag, en zeker als ik er een half fortuin mee uitspaar.

Wat denkt u? Hoe kijkt u daarnaar? Als een advocaat dient om je uit de cel te houden, dan kijk je misschien nét iets meer naar het eindresultaat, dan naar het kostenplaatje?

Maar nu ga ik afronden. Ik wou u alleszins bedanken. Uw liedje zet me aan het denken. Over het leven. En over verdienen. En over de steeds ruwer wordende zeden, in onze samenleving.

Maar het stemt me ook vrolijk. Als u de lof zingt over uw Habiba, dan denk ik aan mijn Habiba. Deze week, op een mooie ochtend, zag ik haar vertrekken naar het werk. In een beeldig jurkje. In het prille zonlicht van een zomerse dag.

Zo mooi.

Zo sexy.

Stralend.

Een moment om in te kaderen.

Ik smolt. Helemaal. Vrolijk neuriënd stapte ik in de wagen, en met een zingend, jubelend hartje reed ik naar m’n werk. Er werd me gevraagd of ik de lotto had gewonnen, en dat kon ik bevestigen.

Met muzikale groeten,

Peter

 

Advertenties