Hardlopen tijdens de Bezetting

Posted by

Hardlopen (1)
Bron foto

Beste lezers,

Vandaag gaan we sportief terug in de tijd. Tot in 1940, meer bepaald. Ons landje kreeg toen ongevraagd een nogal breed uitgemeten Duitse delegatie op bezoek.

Die waren tot de tanden bewapend, en ze hadden geen al te beste bedoelingen, zo bleek.

Op amper 18 dagen tijd was het game over. De Duitsers trokken met vliegtuigen, zware tanks, en par vélo gezwind door ons landje.

Wat een en ander betekende voor België, voor de sport in het algemeen, en voor de atletiek in het bijzonder, daar is niet zo veel over bekend, heb ik toch de indruk? Bij voorbeeld, in het standaardwerk “België tijdens de Tweede Wereldoorlog” wordt er niet één pagina aan gewijd. Tenzij ik er heb over gelezen.

Terwijl sport & spel toch een belangrijke rol speelde, zo lezen we in “Bezet Land“:

“Voor de gewone burger was sport de uitlaatklep bij uitstek. In de voetbalstadions kon hij zich uitleven, zijn opgekropte verbittering op tegenstanders en scheidsrechters uitspuwen, zijn grauw bestaan voor enkele uren vergeten”

Veel aandacht ging toen naar het wielrennen:

“Zelden heeft de sport de mensen zo aangetrokken als tijdens de bezetting. Het wielrennen, de populairste sporttak in Vlaanderen, floreerde als nooit tevoren. Gedurende de ganse oorlog draaiden de wielerbanen op volle toeren, veerden duizenden recht wanneer Poeske Scherens hen op spectaculaire spurtnummers vergaste”

Voor de duivenmelkers was het daarentegen een periode van kommer en kwel:

“Het waren beroerde tijden voor de duivenmelkers, die hun sport moesten opgeven. Vluchten werden door de bezetter verboden. Het voeder werd slecht, schaars en duur. Harde momenten voor de duivenmelkers, wanneer zij hun trouwe beestjes, hun goeie blauwe of geschelpte witpen, noodgedwongen tot de kookpot of braadpan moesten veroordelen”

En de loopsport?

Over het hardlopen vinden we niet veel terug, tijdens deze duistere jaren. Dat is wel jammer, want er was toen een gouden generatie aan het werk! Dus speciaal voor u: zes grote atleten uit deze periode.

1. De allergrootste atleet tijdens de oorlog was wellicht Gaston Reiff. Hij was Olympisch atleet, en veelvoudig Belgisch kampioen en recordhouder.

Afbeeldingsresultaat voor gaston reiffHij was de eerste Belgische atleet die een gouden medaille atletiek won op de Olympische Spelen.

Nadien zouden enkel Gaston Roelants, Tia Hellebaut en Nafi Thiam hem dat nadoen.

Op de Olympische Spelen in Londen in 1948 was Gaston amper 28 jaar oud, en hij won er met glans de 5.000 meter. Daarbij klopte hij de op dat moment nog levende legende, Emil Zátopek.

Als u binnenkort nog eens een 5.000 meter training op het programma hebt staan, dan kan u zichzelf even vergelijken met Gaston Reiff. In een periode met nog volop voedselschaarste (de Belgische delegatie kreeg tijdens de Olympische trip naar Londen daadwerkelijk  onvoldoende te eten!), zette Gaston een tijd neer van 14 minuten en 14 seconden.

Alstublieft!

2. Hippolyte Braekman, “Pol” voor de vrienden, was ook een straffe meneer. Keer op keer liep die het nationaal record op de 110 meter horden aan flarden. En dan moet u weten: Pol Braekman was eigenlijk aanvankelijk een voetballer. Bij Union Sint Gillis. Maar Pol liep liever horden, en dus ruilde hij voetbalploeg Union Sint Gillis in voor atletiekclub Union Sint Gillis.

Zijn tweelingbroer François, die als twee druppels water op Pol leek, was eerst lid van de atletiekclub Union Sint Gillis, en toen hij ontdekte dat hij liever voetbalde, werd hij lid van de voetbalploeg Union Sint Gillis.

Dat zorgde nogal ‘ns voor misverstanden, maar goed. Pol werd dertien jaar na elkaar Belgisch kampioen op de 110 meter horden! Eerlijkheidshalve dienen we te vermelden dat er meestal niet veel concurrentie was aan de start, en dus ook niet aan de finish. Vele atleten leefden ondergedoken, waren onder de wapens geroepen, of deden op niet-zo-vrijwillige basis dwangarbeid voor de Duitsers.

Waar de Pol de mosterd vandaag haalde? Dat was nogal duidelijk.

3. Joseph Mostert was een grote 1.500 meter-meneer.

Afbeeldingsresultaat voor mosterdEveneens aangesloten bij Union St-Gillis. De atletiekclub, welteverstaan. Ook hij werd meermaals Belgisch kampioen op verschillende middellange afstanden, en één keer nam ook hij deel aan de Olympische Spelen, maar Mostert had toen geen schijn van kans tegen de toen nog levende legende, John Pickles.

In 1937 werd hij door de Franse kampioen Robert Mayonaise uitgenodigd om het wereldrecord op de drie kwart mijl te breken.

Mostert was toen zowaar nog sneller dan deze Fransman en hij pakte het wereldrecord in een verschroeiende tijd van 3.00,40.

4. Jan Verhaert, “Jean” voor de vrienden, dat was een heel ander verhaal. Voor de oorlog behaalde hij diverse Belgische titels op de 400 m en op de 800 m. De naam van zijn club, “Beerschot”, zou misschien het tegendeel doen vermoeden, maar Jean heeft nooit gevoetbald.

Misschien als troost voor de supporters van een club die gisteren een ferme pandoering kreeg, van PSG: toen Beerschot tegen Oude-God speelde (in januari 1941), wonnen ze met 22 – 0.

Afbeeldingsresultaat voor Algemeene SS VlaanderenEnfin, terug naar Jean.

Die was ideologisch niet helemaal recht in de leer.

In 1940 sloot hij zich aan bij de Algemeene SS Vlaanderen, en hij organiseerde mee SS-sportfeesten.

Nog later, in 1943, werd hij ingezet als “jodenjager”. Na de oorlog werd hij aanvankelijk tot twintig jaar celstraf veroordeeld, maar Jean had voor alles een uitleg, en hij praatte zich er uit.

5. Aan de andere kant van het spectrum hadden wij Julien Saelens: hij was lid van de atletiekclub “Olympic Brugge”. Julien werd kampioen op de 100 en op de 200 m in 1938. In 1942 verbeterde hij het record op de 400 meter, in de flitsende tijd van 49,3 seconden.

Julien was eigenlijk meubelmaker, en voor een kastje groot of klein, moest je bij Julien zijn.

Althans, toch tot voor 1944, want toen sloot Julien zich aan bij het Verzet, op voltijdse basis, en dat liep – helaas – verkeerd af.

In mei 1944 werd hij opgepakt en naar Duitsland gedeporteerd, en in april 1945 werd hij door een bewaker doodgeschoten.

6. En waar u misschien al een tijdje op zit te wachten: hoe zat het dan met de marathon?

Afbeeldingsresultaat voor Etienne GaillyEtienne Gailly uit Beringen, die legde zich toe op de “Grand Fond”, maar die was destijds slechts 32 kilometer.

In 1944-45 vocht Etienne nog dapper mee tegen de Duitsers, en na de oorlog mocht ook hij deelnemen aan de Olympische Spelen van 1948, in Londen.

Daar ging het flink mis, want Etienne bereikte wel als eerste het Wembley Stadion, maar kreeg toen een totale inzinking.

Hij dwaalde af van de piste, en wankelde in de richting van de eindstreep. Tijdens die dramatische laatste meters werd hij nog ingehaald door twee lopers. Maar alsnog: een bronzen medaille! Gailly heeft zelf nooit een verklaring voor de plotselinge inzinking kunnen vinden.

Mystery

“Maar als de Liefde van mijn Leven had mogen meefietsen, om me af en toe een slokje Etixx aan te reiken, dan was dit nooit gebeurd”, dixit Etienne.

Ziezo.

Dit was een eerste, euhm, schot voor de boeg.

Atletiek tijdens de bezetting, veel vond ik er niet over terug.

Desalniettemin: welk een gouden generatie was er toen aan de slag! Dus wie daar méér over zou weten: feel free to share?

Met sportieve groeten,

Peter

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s