RIP


RIPBeste lezers,

Ik zou willen voorstellen dat wij deze blog beginnen, met één minuut stilte.

Wij hebben een overlijden te melden, in onze ménage. Toen de kinderen en mezelf deze avond thuiskwamen, dobberde één van onze drie goudvissen aan het wateroppervlak.

“Dat is niet pluis”, dacht ik. En m’n dochter zei: “Papa, die vis beweegt niet meer!”

Dat bleek te kloppen, het arme beestje verroerde geen vin meer. Nu, aanvankelijk weigerde ik mee te stappen in doemscenario’s, en aldus suggereerde ik:

“Ach, misschien is hij moe, en doet hij gewoon een dutje”.

Maar het bleek ernstiger te zijn, en niet hij, maar wel zij bleek het tijdelijke te hebben ingewisseld voor het eeuwige. Alras brak de discussie los, want volgens m’n zoon was de afvallige Annelies, en volgens m’n dochter was het Anneleen.

Ruzies oplossen is gelukkig mijn grote specialiteit, en aldus suste ik de zaak: “Mannekes, of het nu Anneleen is, of Annelies, dat doet er niet veel meer toe”. En zo werd de arme Anneleen, of Annelies, uit het water gevist, en wij konden het klinisch vaststellen: zij had wel degelijk de pijp aan Maarten gegeven.

Het strafste van allemaal: toen kreeg ik plots kritische vragen voorgeschoteld, genre: “En wanneer hebben die arme vissen de laatste keer eten gekregen, papa?”.

Nou, beste lezers, dat was geen neutrale vraag.

Geheel naar waarheid antwoordde ik:

“Heel zeker weet ik het niet, het kan wel even geleden zijn, maar niet zo héél lang. En bij hun laatste maaltijd hebben ze hun buikje nog flink rond gegeten. Om alle insinuaties te weerleggen: goudvissen moet je niet elke dag voederen hé. Van te veel eten, worden ze te dik”.

Waarbij m’n dochter pareerde: “En van te weinig eten, gaan ze blijkbaar dood”.

“Nou, dat kan ik bevestigen noch ontkennen”, verdedigde ik me. “Want Anneleen, of Annelies, het is nu al eender, die is dood, maar kijk eens naar de twee andere visjes? Rob en Bob, die zwemmen nog dartel en monter in het rond, alsof ze 100 jaar gaan worden!”.

Enfin, toen kwam het moment van de uitvaartplechtigheid. Ik verklaarde mezelf in de onmogelijkheid om te speechen, wegens een te grote krop in m’n keel. Ook m’n zoon zei dat hij afzag van een redevoering. M’n dochter hield het bij:

“Vaarwel, Anneleen”.

Waarbij m’n zoon corrigeerde: “Neen, het is Annelies”, en toen dreigde de hele discussie opnieuw te escaleren. Snel en snedig, kwam ik taalkundig tussenbeide:

“Wàs”, zei ik, “Vanaf nu moeten wij in de verleden tijd spreken, over dit arme visje”.

Enfin, Anneleen, of Annelies, werd ter aarde besteld, en toen kregen Rob en Bob de nodige psychologische ondersteuning bij het verwerken van het verlies, dat hen midscheeps getroffen had.

Vervolgens kregen zij een portie voeding, waar ze – voorzichtig geschat – een week of zes mee verder kunnen.

Een mens zou er stil van worden.

Hoe vissen, en mensen, komen, en gaan. Geheel onverwachts. Het ene moment zwom Anneleen, of Annelies, nog vrolijk en enthousiast rond in haar rolls royce van een aquarium, en het volgende moment: game over.

***** Nu begint er een stukje over hardlopen *****

De voorbije drie dagen heb ik al ‘ns voorzichtig nagedacht over de rest van mijn hardlopende leven, en wat ik nog wil doen, in onze mooie loopsport. Nog een nieuwe Sub3-poging wagen? Of het rustiger aan gaan doen? We worden een dagje ouder, op mijn leeftijd is het misschien wel een mooi moment om – letterlijk en figuurlijk – te beginnen uitbollen. Maar het kriebelt nog, hoor. Dus we zijn er nog niet uit.

Het beste lijkt me, om er de komende weken eens rustig & diep over na te denken.

Er zijn zovéél opties.

Normaliter boek ik binnen de 24 uur na de finish alvast de volgende marathon. Om dan weer een doel te hebben.

Dit keer laat ik het stof eerst eens helemaal neerdwarrelen, in m’n arme hoofd. Enerzijds brandt het verlangen om er opnieuw in te vliegen. M’n benen voelen niet stram aan, dus ben ik blijkbaar toch niet helemaal voluit gegaan, in Eindhoven. Anderzijds vraag ik me natuurlijk af of het het wel waard is, of het niet fijner is om gewoon voor de fun te lopen, zonder overdreven zware trainingen, en zonder de druk die een specifiek doel altijd met zich meebrengt.

20181018_010007Een periode van reflectie, lijkt me wel fijn.

Al 27 keer opende ik de internet browser & gaf ik de zoekmachine als opdracht “Marathon + voorjaar + 2019”, en telkens sloot ik de internet browser onmiddellijk weer af, nog voor ik goed en wel kon bekijken welk lekkers er in de vitrine ligt.

Et voilà. En toen zijn we in de wagen gestapt, om naar Zeeland te rijden.

Naar Vlissingen, om professionele redenen, en toch ook, om een eerste, easy hersteltraining af te werken.

En wat las ik hier, op een deur? Deze spreuk:

“A je j’n eigen niet een keer kietelt …

Ei je nooit geen leute”.

Voilà. 

Dat had ik zelf niet mooier kunnen formuleren!

Met sportieve groeten,

Peter

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s