45

45Beste lezers,

Misschien vraag ik me dit – later – ooit af: wat ging er door m’n arme hoofd, toen deze nederige blogger 45 jaar jong werd?

Redelijk veel.

En as usual, redelijk chaotisch.

Maar toch.

Hier gaan we:

Vertederd. Halsoverkop verliefd. Op een 7 weken oud prutske, onze Quint.

En ik denk aan Jarne en Charlotte, die er nu fysiek niet bij zijn, maar die 24/7, always on, in mijn hart vertoeven.

Tijdens de laatste uurtjes, vlak voor ik 45 word, aanschouw ik een slapende Kathelijne Verboomen, de vrouw van m’n Droomen.

Hoeveel kubieke kilometers hou ik wel niet van haar, zo bedenk ik me, in een rekenkundige en kosmologische bui. Het doet me denken aan ons oneindig uitdijende heelal, één en al mysterie. In een mum van tijd zijn wij gaan samenwonen, kochten we een huisje, stapte deze jongen gezwind en zonder morren in het huwelijksbootje, en kijk, plots ligt er een klein prutske tussen ons, kraaiend van de pret, voornamelijk op de momenten dat papa en mama graag een klein uiltje zouden knappen.

En dan zijn er de paps en de mams en de broer en de voltallige familie, waarbij men op het zicht kan begrijpen: Onze Lieve Heer moet toch ook maar aan z’n getal zien te geraken. Familie, van dichtbij en van veraf, dat zijn dus allemaal lieve mensen voor wie je niet zelf hebt gekozen, en des te meer zo, die niet voor jou hebben gekozen. Mensen die je, malgré tout, voor geen goud ter wereld zou willen missen. Het inzicht dat een diamant pas écht schittert, als er een klein hoekje, of een ferme hoek af is, schiet mij hier gebeurlijk te binnen, en het doet me glimlachen.

Oh. Als je 45 wordt, dan denk je ook aan je lieve collega’s. Dé Collega’s, zo heette die serie vroeger, geloof ik. In mijn geval: een kleine maar heel fijne organisatie, die enige verwantschap vertoont met de eerder reeds genoemde familie. Mensen die je graag ziet, al is er misschien wel een rare nonkel bij, of een, euhm, bijzondere tante, het maakt de clan er alleen maar leuker op.

Zo. Dat dacht ik dus allemaal, toen ik de 45 naderde. Wie we op dit gezegende moment niet mogen vergeten: de gewone, normale vrienden. En de iets minder normale  en gewone vrienden. En qua overtreffende trap: de hardlopende vriendenEt hors catégorie, de bloggende, hardlopende vrienden, waarvan ik er vele (ondanks de 100% virtuele & digitale band) innig in mijn hart heb gesloten.

Al lopende en al bloggende ontmoette ik véél fijne, warme mensen, met het hart op de juiste plaats. Oh. M’n coach, wiens geduld ik op gruwelijke, onmenselijke wijze op de proef moet hebben gesteld. Die me leerde hoe de loopsport dient benaderd te worden, namelijk met een minimum aan ernst. En plots gingen Benny én Britt een speciale plaats innemen, in ons leventje.

Hoe van het een toch het ander komt, in het Leven.

Zo dendert de TGV maar verder. Aan een rotvaart die grenst aan de lichtsnelheid. En ik voel me blij, licht en ijl in het hoofd, want op deze gezegende leeftijd raast de creativiteit door mijn arme hoofd, dat het geen naam heeft.

We zijn nu begonnen met een werkblog, die gemiddeld 7 keer gelezen wordt. De lezers kunnen dat geloven, of niet, maar dat geeft dus véél energie, dat valt met geen digitale pen te beschrijven. Met iets geheel nieuw beginnen. En ik heb nog 1.001 andere ideetjes, voor 1.001 nieuwe blogs, zoals bijvoorbeeld, m’n gloednieuwe blog:

wwww.peterwordt45.be.

Dat wij nog lang mogen schrijven, bedenk ik me. Niet omdat er miljoenen lezers op zitten te wachten, maar gewoon, omdat het telkens een wonderbaarlijk gebeuren is, een schrijfseltje op de wereld zetten. Dat lijkt wel telkens een bevalling. De ene keer floept het kindje er zo maar uit, zonder verdoving, en de andere keer is het een regelrechte olifantendracht. Dan willen de woorden niet komen, dan geven de Muzen niet thuis.

Wat kan ik in deze blog véél kwijt. Het dwaze, dagdagelijkse, maar ook de ernstige zaken des leven. Vertellen over wat pijn doet. In “Tussen pot en pint” vertelde ik bijvoorbeeld over de jeugdige periode in m’n leven, toen alcohol net dat tikkeltje té aanwezig was, om gezond te zijn. En in “Op de sofa” vertelde ik over wat het betekent om als vader je kinderen niet altijd dicht bij je te hebben.

Op je 45ste wordt het leven helaas ook een stukje méér vergankelijk. Ooit, beste lezers, lachten wij, als jonge, ongeleide en puberale projectielen, onze gemiddeld 45-jarige oude leerkrachten vierkant uit. Welk een fossiele gevallen had men nu weer in de klas geplaceerd, met de schier onmogelijke opdracht om ons een minimum aan kennis en manieren bij te brengen.

Mochten er vandaag jonge lezertjes meelezen: dat doe je dus beter niet, je 45-jarige leerkrachten uitlachen, want ooit is het zover. Ooit sta je daar zélf, met de broek op de 45-jarige enkels.

Verdorie. Soms vertel ik aan de kinderen hoe het er vroeger aan toe ging, toen papa nog klein was. Hoe het toen gesteld was, met het regelgevend kader inzake de toegestane schermtijd. Dan rollen ze nét niet met hun ogen. Dan kijken ze elkaar aan, vol ongeloof. Dan zie ik hen denken: “Really?”. Alsof hun papa is opgegroeid, historisch gezien, ergens rond het einde van het Romeinse Rijk, maar alleszins, nog voor de Vroege Middeleeuwen.

Nou.

En nu? 

Wij weten het niet, wat er komen gaat. Genieten van leven, tiens. Gulzig, snel. Met af en toe een rustpauze. En ik voel dat ik nog werk kan maken van het vrijlaten van de tomeloze creativiteit in me.

Wat hebben wij mensen, arme rakkers en stakkers, toch straffe remmen ingebouwd op ons kinderlijk enthousiasme en onze onuitputtelijke creativiteit. Maar het is zo mooi. Het is zo wondermooi, als we onze voet van die rem kunnen en durven te halen.

Hoe gênant en potsierlijk het resultaat overigens ook moge wezen.

Dus daar wil ik nog vanalles mee doen. Ik hou jullie op de hoogte, à la prochaine!

Met sportieve groeten,

Peter

Advertenties