#CeLaFaremo

CeLaFaremoBeste lezers,

Koekoek!

Hier zijn we weer.

Mag ik hopen dat alle, maar dan werkelijk ook àlle lezers in uitmuntende gezondheid verkeren?

Ik brand een kaarsje voor alle lezers en niet-lezers. Want het is toch wel wat, met die Corona.

Volgens de Amerikanen, is het de schuld van de Europeanen.

Volgens de Europeanen is het dan weer de schuld van de Chinezen.

En volgens de Chinezen is het de schuld van de vleermuizen.

Persoonlijk vind ik de uitleg van de Chinezen het meest geloofwaardig. Dat zegt misschien meer over de Amerikanen en over de Europeanen dan over de Chinezen, maar goed. En plus, die vleermuizen, dat zijn m’n dikste vrienden niet.

Wat voor nutteloze beesten zijn me dat. Zo’n vleermuis, dat hangt een godganse dag maar wat ondersteboven te hangen, in een boom of zo. Gewoon, te nietsnutten.

’s Nachts fladderen die vleermuizen een beetje in het rond, onderwijl hun buikje rond etend, en als ze eventjes de kans rijp zien, dan zadelen zij een gebeurlijk passerende Chinees met een raar virus op, en hoppekee, dan zijn de rapen gaar natuurlijk.

In vele culturen worden vleermuizen geassocieerd met de duisternis, met kwaadwilligheid, met hekserij, met vampieren, en last but not least, met pietje de dood.

Daar kan ik die vele culturen alleen maar groot gelijk in geven.

Maar goed, die Covid-19, daar zijn we nog niet mee klaar, als de lezers het aan mij zouden vragen. En effectief, soms vragen mensen het me wel eens:

“Peter, jij bent toch geen uilskuiken hé, enfin, en als je het wél bent, dan kan je het toch goed verbergen, dus niet getreuzeld, en vooruit met de geit, zeg het ons eens: die corona-miserie, hoe lang gaat dat nog duren?”

Dan antwoord ik, geheel naar waarheid:

“Dat weet ik niet”.

Dagelijks volgen wij uiteraard het nieuws.

Ik word er steeds stil van.

Muisstil.

Van nature ben ik een montere, opgewekte en immer positief ingestelde blogger, maar dit virus stelt onze samenleving toch op de proef. Op deze weinig heuglijke dag werd gemeld dat er in 24 uur 427 Italianen zijn overleden. Ik moest daar van gaan zitten.

427. Dat is toch niet te vatten. In amper 24 uur. En de beelden van de ziekenhuizen, aldaar. Een complete collapse van het zorgsysteem. Allez. Hoe is dat nu zo ver kunnen komen? De waanzin. De horror van mensen die niet meer fatsoenlijk kunnen verzorgd worden.

De witte helden, die het doorgaans toch met net dat tikkeltje minder respect moeten stellen.

Zo.

Is het dan nu een moment om aan hardlopen te denken, beste lezers?

Neen. Deze week stond m’n hoofd er niet naar. Het was te druk op het werk, en in m’n hoofd. Maar, beste lezers, wij moeten het zeggen gelijk het is, voor één keer heeft de overheid mij positief verrast. Op meerdere vlakken. Plots kon er wél werk gemaakt worden van de vorming van een regering.

Ha, en plotsklaps werden er wél kloeke maatregelen genomen. De strafste maatregel van allemaal zetten we graag dik in de verf:

Er màg gewandeld en gejogd worden, en sterker nog, het wordt ààngeraden. 

Joepie, en jochei. Gezonde lucht doet deugd, en het mag ofwel alleen, ofwel met één familielid, ofwel met een vriend of met een vriendin, waarbij kies in het midden wordt gelaten over welk type vriend of vriendin het hier dan mag, moet, of juist niet mag gaan, maar goed, om het simpel te houden: alleen of met twee, en dus liefst niet met 7.000 tegelijk.

Vandaag gingen wij wandelen in het park, met ons Quintje. We waren niet de enigen, die op dat lumineuze idee waren gekomen. Er wandelden veel mensen in het park. Op een respectabele afstand van elkaar.

Maar iedereen was wel vriendelijk voor elkaar. Er werd – vanop afstand – geknikt, “hallo” gezegd, er werd gezwaaid en gezwierd, en af en toe werd iets geroepen, genre “Volgens mij zijn we nog niet aan de nieuwe patatten, Jos!!”, en af en toe hoorde je toch ook:

“Verdomme, verdomme, als ik hier seffens een foempe vleermuis zie, het zal z’n beste keer niet zijn!”

Dat laatste zei ik zelf, eigenlijk.

Maar toen ik daadwerkelijk in een hoge, statige beuk wou klimmen teneinde deze te inspecteren op de gebeurlijke aanwezigheid van een kolonie vleermuizen, hield Kathelijne mij toch nadrukkelijk tegen, met de woorden:

“Allez, onnozelaar, gedraagt u. Hier lopen misschien mensen rond die wij kennen”

En aangezien ik Kathelijne niet in affronten wou doen vallen, en toch ook, aangezien zij de baas is in onze ménage, kon ik mijn plan niet ten uitvoer brengen, om onze samenleving te beschermen tegen de verdere verspreiding van rare virussen.

Enfin, waar waren wij gebleven?

In Italië.

My heart and soul are with the people of Italy.

Als ik het nieuws daar zie, raakt me dat midscheeps. Het is een gevoel van machtelosheid: dit hadden wij toch kunnen vermijden?

En toch ook: wat nu gedaan?

Een Italiaanse collega legde me uit dat vandaag de dag hun belangrijkste hastag de volgende is: #CeLaFaremo.

Dat betekent zoiets als: #WeWillMakeIt, of #WeWillFixIt.

Zo mooi.

Temidden van alle verdriet en pijn: we will make it. We will fix it.

Het zette me aan tot deze gedachte: morgen trekken wij de loopschoenen aan, en gaan wij weer op pad.

Alleen.

In de frisse buitenlucht.

Een uurtje lopen. En rustig aan hé. Want Benny heeft het zelf gezegd (Blog Benny – link):

“Best geen al te zware trainingen doen (dus, waar je in het rood moet gaan) omdat je uren na deze trainingen verzwakt bent, en je immuunsysteem vatbaar is voor infecties. Men kan dat misschien overdreven vinden, maar better safe then sorry! Nuchter trainen zou ik de komende periode ook niet doen, deze hebben ook een negatieve invloed op je immuunsysteem. Vergeet ook niet je koolydratenvoorraad voor/tijdens en na je trainingen voldoende aan te vullen!”

Voilà.

Morgen gaan we weer trainen. #CeLaFaremo!

Met sportieve en heilzame groeten,

Peter

Advertenties