Goesting

Goesting! (2)Beste lezers,

Om maar met de deur in huis te vallen: de goesting is er weer!

Vorige week verliep de marathon van Berlijn zeer naar wens: de voorbereiding verliep prima, het was een fijne citytrip, en dan op D-Day: lekker ontbeten, niet te zwaar, vroeg genoeg, en een uurtje voor de start nog snel een flinke bidon Maurten soldaat gemaakt, en toen was plots hét moment weer daar: de start.

Telkens een emotioneel momentje, ook nu, bij nummertje 21. Mijn gemoed schoot vol, en toen het startschot weerklonk had ik nog nét voldoende tijd om de rug te rechten, met de woorden: “Komaan De Groof, aan één Bert Anciaux hebben wij meer dan genoeg”.

De eerste helft van de marathon verliep gunstig, ik liep rond de 4:20 min/km en dat voelde goed. Halverwege zag ik wel dat de metingen van m’n Polar niet deugden en de wedstrijdklok zei 1u37. Pfff. Dat viel me lelijk tegen. Ik dacht dat ik sneller ging, maar ik had geen flauw vermoeden hoeveel minuten ik van die 1u37 mocht aftrekken om aan de netto-tijd te komen, ik dacht eerlijk gezegd maar maximaal één à twee minuten, en dus was de conclusie – in m’n hoofd – dat ik rond 1u35 halfweg doorkwam.

Nou. Dat was dan flink verkeerd gedacht, want nadien bleek dat ik op 1u31 doorkwam, en dat ik de tweede helft beter alles op alles had gezet. Maar dat hebben we niet gedaan, in de overtuiging dat Sub3 er toch niet meer in zat, en ik dacht bij mezelf, gemakzuchtig als wij zijn: “De tweede helft blijf ik rustig 4:20 min/km  lopen, ik geniet hier van elke kilometer, en als ik comfortabel kan arriveren, dan is dat beter dan helemaal bekaf”.

Berlijn 1En aldus geschiedde. Op kilometers 22 en 37 zag ik Kathelijne en Quintje, en dat was telkens een ontzettend mooi moment. Voor de romantische zielen onder ons: wat voelde ik de liefde stromen.

En voor de meer analytische zielen: telkens stond er dan ook een flinke dosis Maurten klaar, en misschien zat het tussen m’n twee flaporen, maar dat drankje deed zooooo’n deugd. Zalig.

De laatste drie kilometers nam ik gas terug (last aan de hamstrings), en zo kwamen wij binnen in 3 u 04 min en 56 sec.

Daar was ik vree content mee, en ik had het gevoel dat ik nog dieper had kunnen gaan.

Splits BerlijnDat gaf vertrouwen, en zo is de goesting weer helemaal terug.

Wij blaken weer van het enthousiasme.

Ik dacht: “Als ik op comfortabele manier onder de 3u05 kan lopen, dan moet er – op een goede dag, met véél meewind en extra dosisje geluk – toch een verbetering van enkele minuten inzitten!”.

Ja toch?

Amper stond ik onder de douche na de marathon, en wij overliepen alreeds de opties, qua voorjaarsmarathons in 2020. Londen? Geen zin in, te groot, en zie dat alles daar in de soep draait met die Brexit, dan geraak ik misschien niet eens het land in. Rotterdam? Die datum kwam ons niet goed uit. Enfin, “ons”, het is te zeggen, Kathelijne zei dat die datum niet lukt volgens onze gezinsagenda, en ik kijk wel uit om zulks dan in vraag te gaan stellen.

Enfin, een hele reeks opties passeerden de revue, en toen ging er een lichtje branden:

652188_254504362_XLarge

Düsseldorf!

In 2017 liep ik die al eens, samen met Bart, en dan met Benny als haas!

Dat was een heerlijke ervaring, met 3u03 kwamen we toen aardig in de buurt van een Sub3 …

Maar daarna liep het veel lastiger. Om diverse redenen: in 2018 deden we Rotterdam, en dat was een offday (veel te warm, te snel gestart,  binnen in 3u24).

Dat zijn de bikkelharde lessen die je leert in de loopsport: niet elke marathondag is een goede dag.

Krakau was dan weer een bijzonder leuke citytrip met het gezin en met Bart en Family, maar een Sub3 zat er niet in (3u13), en in Eindhoven 3u16 was de tweede helft ook niet goed, te veel verval.

2019 begon nog slechter, van januari tot maart kon er niet of amper getraind worden, wegens een blessure, en dus was “uitlopen” in Enschede het enige doel, met de tijd was ik toen best tevreden, maar die Sub3 leek verder weg dan ooit.

Berlin 2Maar op het meest donkere moment, zie je dan plots licht in de duisternis. De trainingen voor Berlijn verliepen vlot.

Anders dan anders: Benny plande méér trainingen in de zone 4:25 à 4:20 min/km, te langzaam voor Sub3 dus (4:15 min/km), maar het was wel héérlijk om zo te trainen: intens, maar comfortabel.  Het klinkt als een heel klein verschil, slechts een paar seconden per km verschil, maar het maakte een groot verschil in hoe de trainingen aanvoelden.

Voorts dit keer héél weinig wedstrijden, eigenlijk enkel de halve marathon van Torhout, en dat was eigenlijk ook eerder een soort “progressieve training”, met blokken die van rustig naar intens gingen (5 km @ 4:20 min/km, 5 km @ 4:15 min/km, 5 km @ 4:08 min/km, en laatste 6 km @ 3:58 min/km).

De laatste maand voor Berlijn kon ik niet veel meer trainen, wegens een verkoudheid om u tegen te zeggen. Ik vermoed dat het resultaat een dubbeltje op z’n kant was: als negatief punt, enkele belangrijke trainingen niet goed kunnen afwerken, met de rem op getraind, wegens luchtwegen die het volstrekt lieten afweten.

En anderzijds, de positieve kant, nog nooit stond ik met zo’n frisse benen aan de start van een marathon. Dat voelde ontzettend goed, om met een volledig hersteld lichaam te kunnen starten. Daardoor gingen de eerste kilometers al onmiddellijk soepel, en dat geeft vertrouwen voor de overige kilometers, natuurlijk.

Zo.

En dan kruisen we deze nu aan in de agenda: 26 april, Düsseldorf.

We kijken er naar uit.

Düsseldorf is een fijne stad, het parcours is aangenaam, vlak, en snel.

Goesting! (2)De goesting is helemaal terug! Het is bovenal een dankbaar gevoel: jegens Kathelijne, de kids, de vrienden en de familie, en iedereen die me heeft gesteund en aangemoedigd in de voorbije Road2Berlin, en uiteraard jegens Benny die me met raad en daad hielp en coacht, en opvolgt hoe de trainingen aanslaan.

Here we go, op 26 april willen we scherp staan.

En als er lezers zjjn die ook in Düsseldorf gaan lopen in het voorjaar, dan hoor ik het graag?

Met sportieve groeten,

Peter

 

Advertenties