Loopdipje

LoopdipjeBeste lezers,

De voorbije weken speelde deze prangende vraag mij parten: “Wat doen de eerwaarde lezers en lezeressen zoal, wanneer zij een loopdipje hebben opgescharreld?”

Ik zou het graag vernemen.

Zo’n loopdipje, dat lijkt wel een virus dat ons Quintje nogal eens meebrengt uit de crèche, speciaal voor mama en papa.

De voorbije twee weken had ik géén mentaal dipje. Wel integendeel: m’n mentale energiepeil was toppietoppie, en dat was het ‘m nu juist: druk op het werk, verantwoordelijkheden aan het thuisfront die wij niet wensen te ontlopen, of het zal onze beste dag niet zijn, en toch ook, wij zullen het maar grif toegeven: jullie blogger is een beetje een zondagsloper. Wanneer wij de loopschoenen aantrekken dient het – idealiter – niet al te koud te zijn, maar wél aangenaam warm. Dus niet té warm. Er mag wel een fris briesje waaien, maar liefst géén negen beaufort. En liefst hebben wij enkel wind in de rug. Het parcours dient vlak te zijn, of licht hellend naar beneden. Onder geen beding wensen wij tijdens een training geconfronteerd te worden met regen, sneeuw, hagel, of andersoortige neerslag.

De lezers en lezeressen vragen zich misschien af waarom “andersoortig” met slechts één -s wordt geschreven. Immers, wij schrijven “anderszins” en “anderstalig” toch ook met een tussen-s? Nou, daar is eigenlijk geen goede reden voor te geven. Voor het wel of niet hanteren van de tussen-s bestaat er geen harde regel. Op dat vlak is onze Nederlandse taal een zootje ongeregeld. In theorie moet je vergelijken met andere samenstellingen: bv. “dorpsschool”, naar analogie met “dorpshuis”. Maar “andersoortig” is dus het regelrechte bewijs dat dit ezelsbruggetje niet goed werkt.

QuintEnfin, waar waren we gebleven, eigenlijk?

Een loopdipje, dus. Training na training werd geannuleerd, de voorbije twee weken, en zo scoorden wij een loopvolume dat niet voor publicatie vatbaar was.

De lezers zullen het geloven, of niet, maar zo begonnen wij te twijfelen aan alles. Aan de meest fundamentele zaken, zoals daar zijn:

“Mezelf zo afjakkeren, waarom doen we dit eigenlijk?”

En in dezelfde categorie:

“En als we nu eens gewoon twee keer per week zouden gaan lopen, just for fun, telkens 5 km, en enkel als het aangenaam warm is. Maar toch ook weer niet té warm. Okay, er mag een fris windje waaien, maar geen negen beaufort, en enkel met de wind in de rug. Het parcours dient vlak te zijn, of licht hellend naar beneden”.

Ja, wij vroegen het ons op een bepaald moment zelfs af:

“Hoe zou het leven er uit zien, zo zonder hardlopen?”.

Veel dieper kan je natuurlijk niet afglijden, in de loop van een loopdipje.

De vraag is even zinvol als de vraag wat er zoal bestond voor de Big Bang. Niets, want dat het het begin van de ruimtetijd.

Je kan je net zo goed suf piekeren over wat er eerst was: de kip, of het ei. Dat laatste vroeg ik recentelijk ‘ns aan mijn dochter, die 11 jaar jong is. “Het ei, natuurlijk”, antwoordde zij, met grote stelligheid.

Toen ik vroeg wie dat ei dan gelegd had, was het antwoord kinderlijk eenvoudig:

“Een andere vogel”.

Zo, dat raadsel was ook weer opgelost.

Enfin, waar waren we gebleven? Een loopdipje. Daarbij zou ik – als ervaringsdeskundige – durven adviseren om in dit geval géén artikels te lezen in loopmagazines of loopblogs.

Met misschien een kleine uitzondering voor deze blog dan, immers, wij willen de tak niet afzagen waar we zelf op zitten. Maar de meeste literatuur die ik er op na sloeg, raakt werkelijk kant noch wal. Zo las ik in een artikel met 10 tips tegen een loopdipje het volgende advies: “Loop eens samen met vrienden”.

Nou, die kijken wel uit.

En nog erger: “Koppel je inspanning aan ontspanning: zoek eens een wedstrijd in het buitenland op, en maak van dit reisje ineens een vakantie met je gezin”.

Kathelijne zal het graag horen.

“Poezemie, morgen dacht ik m’n training eens in Patagonië af te werken. Naar het schijnt is dat één van de allermooiste plekken op aarde. Al heb ik dat – voorlopig – ook maar van horen zeggen. Maar de ruige wildernis, de imponerende gletsjers en dito watervallen, die zouden écht wel de moeite zijn, en als ik tijdens m’n training kan genieten van walvissen en pinguïns, dan is m’n loopdipje zo voorbij!”

“Niet alleen je loopdipje is dan zo voorbij”, zal Kathelijne antwoorden, valt te vermoeden.

Tot slot, nog een laatste tip uit voornoemd artikel:

“Omgekeerde route: loop je dagelijkse route eens in de andere richting”.

Daarbij wordt gelukkig eerlijkheidshalve gemeld: “Dat lijkt misschien een suffe tip”. Zo, dat bespaart ons alvast de moeite om tot dezelfde conclusie te komen.

QuoteEnfin, willen de lezers nu eens weten wat écht heeft geholpen?

Een quote. 

En géén al te suffe quote:

“Run when you don’t want to, it’s when you need it the most”.

En zo was het maar net.

Als het druk in je hoofd is, en druk in het leven, en je niet weet waar éérst aan te beginnen, dan is dat wellicht reden te méér om de loopschoenen weer om te gespen, en tot rust te komen!

Zo gezegd, zo gedaan. 

12kmOok al was het bar slecht weer, toch gingen wij opnieuw vol goede moed aan de slag. 

Een duurloop van 12 km, met enkele tempoblokjes (7 x 1km @ 4:20 min/km).

En dat het deugd deed!

Wij werden er zowaar helemaal blij van.

En vandaag deden we één kilometer meer, opnieuw in  minder optimale klimatologische omstandigheden, met veel te veel wind en met van die mottige regen, en dies meer.

Maar na afloop stond het wel als een paal boven water:

Quint 13 kmWe zijn weer vertrokken!

Zo. 

Dat was het.

Dus, is dat nu zo erg, een loopdipje?

Neen, natuurlijk niet.

Tenzij je aan hardlopen doet om den brode, dan heb ik niets gezegd.

Maar voor de gewone sterveling kunnen we concluderen dat een loopdipje te vergelijken is met Ciara & Dennis: het waait wel over.

Je kan het ook anders zien: een loopdipje stelt je in staat om te focussen op de zaken die nog belangrijker zijn dan hardlopen. Een loopdipje lijkt een beetje op ons begrotingstekort: het is er vanzelf gekomen, en – met een tikkeltje geluk – gaat het ook vanzelf weer weg ! 🙂

Met – opnieuw – sportieve groeten,

Peter