RTP – risk taking in pace

RTPBeste lezers,

Kennen jullie “RTP”?

RTP betekent: “risk taking in pace”.

Onderzoekers aan de Universiteit van Lissabon (link) stelden vast dat er véél onderzoek gebeurt naar de fysiologische variabelen, tijdens trainingen en wedstrijden. Maar de mentale aspecten bleven vaak buiten schot.

Nu, alle hardlopers zullen het bevestigen: als je aan de start staat van een marathon, heb je nog één belangrijke keuze te maken. Een cruciaal gegeven: het tempo waarmee je van start gaat.

Hier verschijnt de RTP (“risk taking in pace”) op het toneel.

Vertrek je erg langzaam, dan speel je het veilig, wat uiteraard goed is voor je gevoel en voor je comfort, en zo hou je nog voldoende reserve voor de tweede helft, van de marathon.

Omgekeerd, hoe sneller je vertrekt, hoe groter het risico dat je dat tempo de tweede helft van de marathon niet kan volhouden.

Dat is een dilemma, of een trade off: hoe sneller je vertrekt, hoe groter de kans dat het avontuur fout afloopt. Maar àls het lukt, en àls je je tempo kan vasthouden, dan loop je natuurlijk een mooie eindtijd bij mekaar:

“Decision making is an important aspect of optimizing marathon performance, as runners must continually choose how and when to invest their energy throughout the race. Before a race begins, the runner might decide to start with a conservative pace  that makes it likely s/he will achieve a satisfactory performance. Or s/he may start aggressively in the hope of maintaining that pace and achieving an exceptional performance. Trade-offs are inevitable: the more aggressive the early pace, the less likely the runner is to achieve their goal(s)” (link naar het onderzoek)

fpsyg-10-00333-g001Met dat gegeven gingen de onderzoekers aan de slag, en ze vergeleken de RTP (“risk taking in pace”) met een aantal andere (mentale) variabelen: zoals de “WSM” (willing to suffer in marathon), met de “competitiveness” (de mate waarin de hardloper met competitieve bedoelingen aan de marathon begint), en met “personal goal achievement”, de mate waarin je fanatiek je doel wil bereiken.

De RTP (“risk taking in pace”) was met voorsprong de sterkste voorspeller van het verval, in de tweede helft van de marathon, zo bleek uit een grote bevraging:

“RTP maintains a very strong, positive, relation with our pacing measure (slowing down in the 2nd half): runners who reported greater RTP, generally reported greater slowing. The practical magnitude of this effect is substantial: all else equal, a runner at the 75th quantile of RTP, would be predicted to experience 3.64% points more slowing than one at the 25th quantile” 

Zo.

Dat kan tellen! 3.6% minder verval, daar zouden wij een arm of een been veil voor hebben. Bij wijze van spreken.

De vraag is natuurlijk wat dit in de praktijk betekent? Dat je best zo langzaam mogelijk vertrekt?

Neen, niet noodzakelijk. Wel krijgen we hier inzicht in wat “risico” concreet betekent: hoe sneller je start, hoe groter de kans dat je tijdens de tweede helft een dikke pandoering krijgt. En dus je moet je zo snel mogelijk starten, en wel zodanig dat je de kans op ernstig verval minimaal houdt.

Een zo realistisch mogelijke inschatting van je eigen kunnen, dus. Er is natuurlijk een fijne grens tussen “realistisch & ambitieus”, en wat men “overconfidence” noemt:

“Marathoners who slow down more exhibit a larger discrepancy between their pre-race self-forecasts and their actual performances, a pattern suggesting that overconfidence leads to greater slowing. Our results are consistent with this interpretation because both an overconfident runner and a risk taking one will begin at a pace that is fast relative to their ability. However, the risk taking runner, but not the overconfident one, is aware that selecting this pace puts them in jeopardy of slowing dramatically”.

Zo, en dan nu de vraag, van welke onderliggende variabelen de “slowing down” nog verder afhangt?

De voornaamste bron van oorzaak is de eindtijd zelf van de hardloper.

fpsyg-10-00333-g002Hoe sneller de hardloper, hoe minder het verval tijdens de tweede helft.

Bij eindtijden onder de 180 minuten (< 3 uur) is het verval erg beperkt.

Bij tijden rond de 300 minuten (> 5 uur) loopt het verval op tot +20%.

Bij elite-atleten is er geen verschil tussen mannen en vrouwen, in de recreanten-groep lopen mannen meer verval op dan vrouwen. Daar gaan wij verder geen commentaar bij leveren, de cijfers zijn wat ze zijn :-).

Tot slot werd er nog gekeken of de RTP (“risk taking in pace”) van belang is als je rekening houdt met de andere variabelen waarvan bekend is dat ze het verval beïnvloeden, zoals volume, aantal lange duurlopen in je schema, aantal reeds gelopen marathons, etc.:

“Runners with greater weekly training distances, more long training runs, more completed marathons, more years of experience, and who regularly trained at faster than their target pace showed significantly less slowing in the second half of their marathon.”

Echter, ook binnen groepen die inzake deze parameters vergelijkbaar zijn, bleef de RTP (“risk taking in pace”) een goede voorspeller van slowing down.

De conclusie van het onderzoek is dan ook dat die een belangrijk gegeven is, en dan met name voor non-elite marathon runners:

“This study’s main finding, that RTP is a robust predictor of marathon slowing, provides strong evidence that non-elite marathoners consider trade-offs when making pacing decisions. Future research should explore a host of questions regarding marathoners’ pacing decisions, including runners’ assessments of their likelihood of maintaining various paces, the accuracy of such assessments, and runners’ post-race assessments of their pacing decisions. Research on this topic could yield performance insights for scientists, coaches, and athletes”.

RTPDit is toch iets om over na te denken, het staat hier genoteerd.

Het is uiteraard een lastig vraagstuk: vertrek je te langzaam, dan krijg je dat in de tweede helft wellicht niet meer opgehaald.

Maar vertrek je te snel, dan stijgt de kans dat je de man met de hamer ontmoet, ergens tijdens de tweede helft van de wedstrijd.

Als ik terugblik op de marathons die ik heb gelopen, heb ik beide scenario’s al aan m’n been gehad 🙂

Risico nemen is dus prima, je moet alleen goed in gedachte houden dat je dan “hoog spel” speelt, en eventueel op tijd proberen bijsturen, als je voelt dat het te hoog gegrepen was … Het beste scenario lijkt dus dat je het hoogst mogelijke tempo kan vinden, en de marathon dan vervolgens zo vlak mogelijk tracht te lopen …

Enfin, gemakkelijk gezegd, natuurlijk 🙂

Graag vernemen wij wat zoal de ervaringen zijn van de lezers, op dit vlak?

Met sportieve groeten,

Peter

Follow my blog with Bloglovin