Hardlopen – 5 gevaren

Beste lezers,

Wat wij nu – bijna – aan de hand hadden!

Christus te paard, de heren en dames van de NASA lieten het ons vandaag weten:

een ruimtesteen, bijna boenk, frontaal gebotst met onze aardbol. Die ruimtesteen luisterde naar de naam 2020QG, en het scheelde geen 3.000 kilometer, of het was boempatat.

Bijna hadden wij iets anders gehad om over te praten, dan covid hier, en covid daar.

De lezers weten het, of zij weten het nog niet, en dan leg ik het met veel liefde even uit, zoals steeds, kort en bondig, en to the point: als onze aardbol ooit frontaal wordt geraakt door een ruimtesteen van pak ‘m beet 250 meter lang, 250 meter breed, en 250 meter hoog, en dit aan de snelheid van 12 kilometer per seconde, dan zijn de rapen hier op aarde wel gaar.

En, beste lezers, het strafste van allemaal: niemand had die 2020QG zien aankomen! M’n broek zakte af, toen ik dat hoorde. Je zou toch denken, met al die peperdure telescopen en snufjes en toeters en bellen, dat zo’n ruimtesteen reeds op onze radar staat te blinken terwijl hij nog duizenden lichtjaren van ons verwijderd is? Zodat wij rustig en bijtijds een vangnetje kunnen plaçeren?

Dienaangaande mailde ik naar de NASE, en dit is wat één van hun wetenschappers ons liet weten: “Het wetenschappelijke probleem zit ‘m hier in: het is lastig om die kleine ruimtestenen op te sporen, omdat die zo snel bewegen, dus als ze nog ver weg zijn, dan zien we ze niet, en als we ze wél zien, dan zijn ze al te dichtbij”.

Tja. Met zo’n uitleg kan ik zelfs in estaminet “Het Faillissement” te Duisburg niet afkomen, en nu mogen de lezers allemaal eens drie keer raden wat er met die estaminet gebeurd is?

Enfin, waar gingen wij het vandaag eens over hebben? Dat ik het verdikkeme kwijt ben.

Ha, over de gevaren van hardlopen.

Wat betreft hardlopen heeft iedereen het steeds over de vele voordelen en geneugten, en de runner’s high hier, en de wegsmeltende kilo’s daar, en zo voort, en zo verder.

Maar hardlopen is natuurlijk niet zonder gevaar.

Als je tijdens je lange duurloop, om nu maar iets te noemen, wordt getroffen door een ruimtesteen van 3 à 6 meter, dan kan je het thuisfront best verwittigen dat je nog even via Gasthuisberg moet passeren.

Het grootste gevaar schuilt natuurlijk in ons helse verkeer, maar daar gaan wij het hier niet over hebben, want het is helemaal niet de bedoeling om in het stadsverkeer rond te hossen: vanwege de slechte luchtkwaliteit, als de lezers begrijpen waar ik heen wil.

Naar het bos. Ja, in het bos is het heerlijk joggen en rennen en hardlopen en intervallen, genietend van zuivere lucht, en de pracht en praal van moedertje natuur.

1.

Helaas, schuilen er in het bos ook vele gevaren. Denken wij bv. maar aan die vervelende beestjes, de teken.

Mind you, daar kan je dus de ziekte van Lyme van krijgen, en dan ben je verder van huis. Als een tekenbeet niet goed wordt behandeld, kan dit zich verspreiden naar andere delen van je lichaam: naar de gewrichten en het centrale zenuwstelsel, maar ook naar je hart. Daardoor kan je weken of maanden na de tekenbeet plots een neurologische aandoening aan de hand hebben, en dat is niet van de poes, dat zullen de eerwaarde lezers wel willen aannemen, van mij.

2.

Maar het grootste gevaar zijn natuurlijk de valken, de arenden, en de buizerds. Die enge vogels vallen jaar na jaar steeds vaker onschuldige hardlopers aan. Een regelrechte schande, als men het mij vraagt. Maar mits enig gevoel voor commercie hebben wij recentelijk besloten om een wereldwijd patent te nemen op de anti-buizerd pet.

Door dit ronduit geniale systeem, al zeg ik het zelf, van levensechte oogjes bovenop de pet, weet de buizerd in kwestie alras:

“Ola, dit is geen lekker mals veldmuisje, maar dit zou zo maar ‘ns een echte mens kunnen zijn, en met wat malchance is het zo’n vies geval dat zich maar zelden wast, of een exemplaar met een hoek af, dat zich al urenlang in het (vieze) zweet aan het lopen is”.

Ja, beste lezers, m’n buikgevoel zegt het, met deze anti-buizerd pet gaan wij nog véél centjes verdienen, dat gat in de markt ligt wagenwijd open..

3.

Zo. En dan zijn er natuurlijk de risico’s inzake het cardiovasculaire systeem. Een vervelend probleempje met de achillespees of met de Illiotibiale band is één ding, maar onderweg midscheeps getroffen worden door een hartinfarct, dat is toch nog een ander paar mouwen. Persoonlijk ben ik op dit vlak geen expert, maar wij lazen hierover:

“Hoewel het niet vaak voorkomt, zijn er helaas af en toe dodelijke slachtoffers bij de marathon [of andere wedstrijden]. Het risico op acute hartdood bij de marathon varieert uit onderzoek van 1 op de 50.000 deelnemers tot 1 op de 80.000 deelnemers. Bij mannelijke lopers tussen de leeftijd van 30 en 64 jaar – zonder gediagnosticeerde hartafwijkingen – is het risico 1 op de 800.000 trainingsuren.”
(link)

Dat lijkt me zeer weinig. Maar evengoed, als je het per sé pessimistisch wil bekijken, kan je dat ook omgekeerd benaderen: telkens wanneer je 800.000 uren traint, heb je één hartinfarct aan je broek. Dat lijkt me wel vervelend.

Wel is het zo dat bij vele incidenten, er al een bestaande problematiek bleek te zijn:

“In de testperiode [van 27 jaar] waren er in de London Marathon 8 dodelijke slachtoffers onder de deelnemers te betreuren: bij autopsie bleek dat 5 van de 8 slachtoffers een afwijking aan de kransslagader hadden en bij de andere 3 was er sprake van hypertrofische cardiomyopathie. Alle 8 slachtoffers bleken een genetisch hartdefect onder de leden te hebben.”

De conclusie luidt:

“We hebben het over een fenomeen dat weinig voorkomt, maar wel veel aandacht krijgt. Kijk maar naar de cijfers: hartdood komt misschien voor bij één op de honderdduizend of tweehonderdduizend hardlopers. We moeten niet denken dat inspanning gevaarlijk is. In tegendeel, we moeten ons veel meer zorgen maken om de 40 procent van de Nederlanders die te weinig beweegt. Dat is veel gevaarlijker. Laten we met z’n allen vooral blijven hardlopen.” (link)

Juist.

4.
Voorts lazen wij ook dat je bij hardlopen, en met name bij langere afstanden, rhabdomyolyse aan de hand kan hebben, naar verluidt geen pretje. Bij Gezondheid & Wetenschap vinden we daarover terug:

“Rhabdomyolyse betekent een overmatige afbraak van spierweefsel. Het zijn de dwarsgestreepte spiercellen die worden aangetast: dat zijn de spieren die gebruikt worden om het skelet aan te sturen. De wand van de spiercel wordt beschadigd, waardoor de spier niet meer kan functioneren. Er komen daarbij ook stoffen vrij die normaal in de spier aanwezig zijn: creatininekinase of CK. Door het vrijkomen van allerlei afbraakproducten kunnen de nieren beschadigd raken, en kan er nierfalen optreden” (link)

En voor de volledigheid krijgen wij nog mee dat een vroege behandeling wenselijk is. Of dit vaak voorkomt, was lastig terug te vinden, maar ik las dat er in Amerika ongeveer 25.000 gevallen per jaar zijn, en daar wonen natuurlijk méér mensen dan bij ons.

In ieder geval moet er bij lange afstanden op de urine gelet worden, “door de hoge concentratie myoglobine is de kleur van de urine dan donkerbruin, lijkend op Coca-Cola.”

Zelf zijn wij, beste lezers, in onze jonge jaren, eens naar de huisarts geweest, met de klacht dat onze urine donkerbruin, ja coca cola-achtig bruin was.

Edoch, van rhabdomyolyse bleek geen sprake te zijn. Op basis van een nog pittig alcoholgeurtje, vroeg de dokter wat ik de avond en nacht voorafgaandelijk geconsumeerd had, en toen ik antwoordde: “Een respectabel aantal donkere trappisten van Westmalle, dokter, kon de diagnose van rhabdomyolyse gelukkig uitgesloten worden, en zo keerden wij monter en gerustgesteld weer huiswaarts om de kater in kwestie te verwerken.

5.

Last but not least, als de lezers mij zouden vragen wat ik zelf het grootste gevaar vind, naast alle blessures die je in het beste geval wel kan voorkomen of anders meestal wel kan behandelen, dan antwoord ik resoluut, de aantasting van het immuunsysteem.

Daar hebben wij toch regelmatig last van. Bij zwaardere trainingen van 25 km of 30 km, met langere tempoblokken, dan kan ik er m’n klok op gelijk zetten: dan loeren verkoudheden en dies meer steevast om de hoek.

We lezen hierover:

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat intensief trainen het immuunsysteem kan verzwakken. Daarnaast kunnen factoren als mentale stress, ongezonde voeding, snel gewichtsverlies etc. het immuunsysteem negatief beïnvloeden. Al deze factoren zorgen voor een verhoogd risico op een virale of bacteriële infectie. Een hardloper kan met behulp van de nek-check bepalen of hij of zij wel of niet kan trainen. Als de aanwezige signalen en symptomen van ziekte zich boven de nek bevinden kan er nog met een rustige intensiteit getraind worden. De symptomen die zich boven de nek voor kunnen doen zijn, verkoudheid, kuchen, niezen en keelpijn. Als er symptomen onder de nek aanwezig zijn is rust voorgeschreven”

Omgekeerd lezen we in tal van artikels dat gematigd hardlopen juist heel goed is voor het immuunsysteem. Dus is de balans tussen intensief & rustig training van groot belang, alsook al die andere saaie tips (voldoende slapen, etc.).

Zo. Dat was het.

En nu horen wij graag eens van de lezers wat zij als de grote gevaren van hardlopen ervaren?

Met sportieve groeten,

Peter

Over Peter De Groof 598 Artikelen
www.peterdegroof.com

Geef als eerste een reactie