Tempoblokken: 4 x 5 km


FrontBeste lezers,

Wat we nu aan de hand hebben!

Eén enkele lezer stelde ons maar liefst drie vragen.

Niet getreuzeld, dus.

Ten eerste, “Beste Peter, kan jij vanaf nu markeren in je blog waar het over hardlopen begint te gaan? Dan kan ik de introductie overslaan”.

Zeker. Nou, wat zullen we afspreken? Iets in deze trant?

“***** Vanaf hier gaat het over hardlopen *****”

Enfin, die spelregel gaan we al meteen overtreden, want de tweede vraag heeft een ruimere scope dan hardlopen: “Kan jij dit eens uitleggen: als het regent, waarom zit er dan meer zuurstof in de lucht dan anders?”

Een goede vraag. Laat ons eens samen nadenken. Waaruit bestaat regen? Wel, regen bestaat meestal uit water. Let wel, “meestal”, want er bestaat bv. ook iets als “zure regen”, dat is regen bestaande uit water, met nog een heleboel chemische rommel er aan toegevoegd. Preciezer, zure regen ontstaat wanneer zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3), en vluchtige organische stoffen (VOS) oplossen in de regenwolken.

Toen ik een kleine patotter was, was zure regen erg hot. Je kon geen krant openslaan, of het ging over die zure regen. Echter, de laatste tijd hoor ik niet veel meer over zure regen, dus ik denk dat zure regen een beetje op z’n retour is.

Maar goed, gewone regen bestaat dus uit water, en waaruit bestaat water? Juist, uit waterstof en zuurstof. Dus, hoe meer en hoe harder het regent, hoe meer waterstof én zuurstof er in de lucht zit.

All right, het schiet lekker op.

Vraag drie. “Hoe weet je tijdens het hardlopen dat het bergop, of bergaf gaat?”

Wederom een pientere vraag, en gelukkig heb ik daar een handig truukje voor. Het gaat als volgt. Je brengt even in kaart waar je precies loopt, en dat noem je punt A. Vervolgens kijk je in de verte, en je brengt punt B in kaart, laat ons zeggen, 200 meter verder. Als het erg mistig is, of als het dermate hard regent dat we van een wolkbreuk kunnen gewagen, dan zou ik eerder op 25 à 50 meter mikken. Maar goed, dat laten wij aan de discretie van de individuele hardloper over, de ene is bijziend, de andere is verziend, en zo is het altijd iets natuurlijk.

In ieder geval, als je merkt dat punt B hoger gelegen is dan punt A, dan gaat het bergop. Ligt punt B juist lager, dan ben je aan het afdalen. In de wielrennerij bestaat er ook iets als “vals plat”, maar dat is optisch bedrog:

“Vals plat is een deel van het parcours dat ogenschijnlijk horizontaal lijkt te verlopen, maar in werkelijkheid een verraderlijk stijgings- of dalingspercentage vertoont. Het is een vorm van optisch bedrog, het behoort tot de optische illusie van gravitatieheuvels”.

Zo, en dan gaan we het nu even over hardlopen hebben.

***** Vanaf hier gaat het over hardlopen *****

Enfin, misschien eerst nog even over het energiebeleid in ons land. Wat zei die malle Marghem nu? Dat het allemaal de fout van Engie is.

“Ik kreeg van de ene op de andere dag van Electrabel te horen dat de onderhoudswerken aan Tihange 2 en 3 nog maanden zouden duren, een donderslag bij heldere hemel”.

Waar slaat dat op?

Nergens. Volgens mij heeft dat malle mens te lang in de zure regen gelopen. Ik bedoel, Engie is gewoon een commerciële partij. Die verdienen graag véél geld, met kernenergie, of met andere hand- en spandiensten. Als het moet, en als het Engie veel geld opbrengt, dan poetsen ze met veel plezier uw en mijn schoenen. Maar dat kerncentrales van vlak na de Tweede Wereldoorlog stilaan een gebrekje hier of een mankementje daar vertonen, dat was een donderslag bij heldere hemel?

Nou, dan heeft ze toch niet goed geluisterd naar al de verstandige mensen, die reeds jarenlang zeggen dat wij toch best enkele alternatieven op de rails zouden zetten, ter vervanging van kernenergie.

Goed, dat moest me even van het hart.

Dan gaan we het nu even over hardlopen hebben.

***** Vanaf hier gaat het over hardlopen *****

25 km tempoblokkenVandaag stond er een training op het programma met tempoblokken, vier tempoblokken van 5 kilometer, aan 4:15 min/km.

Nu ben ik niet van gisteren, dus toen ik die training zag in m’n schema, zag ik de bui al boven m’n arme hoofd hangen.

Maar geen gemiep, wij gingen aan de slag, daar aan het sportkot in Leuven.

Eerst maakte ik twee bidons met Maurten, en toen was het tijd voor het eerste tempoblok. Dat verliep aan 4:07 min/km, en indien gecorrigeerd voor de vele hoogtemeters: 4:03 min/km.

Het tweede blok verliep ook toppietoppie (4:09 min/km), en met de hartslag zat het ook snor, zo rond de 167.  Minder dan 170, dat is nog in Zone 2 van het alternatieve systeem dat ik onlangs eens uit de doeken deed: “Zone 2 is heel wat pittiger, ‘Zone two is often called the threshold zone, here your heart rate is between 82 to 92 per cent of your maximum’. Eigenlijk zouden tempoblokken in dit deel moeten thuishoren” (link).

Bij het derde tempoblok stak de vermoeidheid de kop op. Even raakte ik achter op het gewenste tempo, en het was krasselen om dat in te lopen. Halverwege het tempoblok liep ik 4:15 min/km, en de tweede deel lukte het om op 4:09 min/km te eindigen.

Toen ik enkele minuten pauze nam, kreeg ik het wel erg koud. Hebben ze die piste hier nu al afgeschakeld, of hoe zit dat hier, vroeg ik me af. Maar het was dikke truiendag, in m’n koffer had ik nog wat warme, en vooral, droge spulletjes liggen.

Het vierde en laatste tempoblok ging opnieuw goed, hartslag mooi onder controle, en onmiddellijk het juiste tempo. Uiteindelijk eindigde dat tempoblok in 4:06 min/km, dat was dus het beste tempoblok van de vier. Het deed me deugd, dat ik in het laatste tempoblok nog kon versnellen.

OefeningSo far, so good, dus.

Wat me zeker helpt, is de krachtoefening voor de kuiten die Mathieu me een tijd geleden meegaf (“Een kwartiertje krachtoefeningen”).

Toen begon ik met de kuiten 40 seconden aan te spannen:

“Op je voorvoet staan (op een bankje, de hiel zweeft dan), en dan zo stabiel mogelijk blijven.

Bij seconde 40 was ik werkelijk bekaf, en toen moest ik de oefening nog met het andere been doen”.

Ondertussen gaat die oefening vlotter, het lukt één minuut of langer, per been, en ik kan de oefening meerdere keren doen. Mathieu vergeleek deze oefening met “een dweil uitwringen”: bv. al het overtollige vocht wordt zo afgevoerd, kleine onregelmatigheden in de spier worden weer glad gestreken, etc.

Et voilà, dus niets te klagen, momenteel. Morgen een hersteltraining, en dan donderdag intervaltraining: opwarming met enkele versnellingen, en 10 x 1 km aan tempo 3:55 min/km.

We kijken er naar uit! 🙂

En om geen misverstanden te hebben:

***** Hier eindigt het stukje over hardlopen ! *****

Met sportieve groeten,

Peter

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s